
Haar weg naar de keuken begon al vroeg. Op haar 15e ging ze met haar vader naar de Krishna-tempel en werd ze al snel fulltime lid. Graag wilde ze de kunst van oosterse kruiden leren, dus vroeg ze de hoofdmonnik—een begaafde kok—zijn culinaire geheimen te delen. In plaats daarvan waste ze maandenlang pannen en potten: een les in geduld en nederigheid die de basis werd van haar opleiding. Gaandeweg maakte ze kennis met de technieken van de Indiase keuken en ontwikkelde ze een diep begrip van eten als uitdrukking van liefde en bewustzijn.
Door de jaren heen proefden bezoekende swami’s haar gerechten en zegenden haar kookkunst, zodat die altijd uitzonderlijk zou zijn. Die zegen lijkt volledig verdiend. Carmen is de chef van de retraite en geeft daarnaast kooklessen, waarin ze niet alleen praktische vaardigheden deelt, maar ook de aandachtige spirit achter elke maaltijd. Haar sessies bieden meer dan recepten: ze nodigen gasten uit in een voedende culinaire ervaring, gevormd door toewijding, vakmanschap en zorg.