
De eerste Sakyong van de moderne tijd was de Tibetaanse meditatieleraar Chögyam Trungpa Rinpoche. In het Tibetaans betekent de titel Rinpoche “kostbare” en wordt die toegekend aan een zeldzame, diep gerespecteerde leraar. Voor zijn vlucht uit Tibet in 1959 droeg hij verantwoordelijkheid voor meerdere meditatieve tradities en leidde hij een groot kloostercomplex. Toen hij het verlies van zijn eigen cultuur zag, evenals de onrust en het lijden in de wereld, ging hij een indringende periode van zelfreflectie en meditatie in.
Daarin kwam hij tot het inzicht dat de eeuwenoude Shambhala-leren juist in een tijd van grote mondiale uitdagingen relevanter waren dan ooit. Vanaf de jaren zeventig deelde hij een sociale visie die geworteld was in het Shambhala-principe, waarin de inherente goedheid van de mensheid centraal staat. Volgens hem stond de mensheid op een kruispunt en vroeg het bouwen aan een betere wereld om een benadering gebaseerd op wereldwijd respect voor fundamentele menselijke waardigheid. Dat vormt de kern van de Shambhala-boodschap.
Zijn leringen werden later gebundeld in de bestseller Shambhala: The Sacred Path of the Warrior, naast vele andere geschriften, films en opnamen.